Uitspraak van de maand

Elke maand licht onze jurist Irene Gijzen een uitspraak toe van een bijzondere zaak.

Denk aan het level playing field

In de uitspraak van de rechtbank Amsterdam (Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 4 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9048) staat de kwestie van een concurrentie voorsprong van de zittende leverancier centraal.

Eén van de belangrijkste aspecten van het aanbestedingsbeginsel ‘gelijke behandeling’ is het ‘level playing field’, oftewel het eerlijke speelveld. Alle leveranciers die inschrijven op een opdracht dienen gelijke kansen te hebben om de opdracht te winnen. Maar hoe zorg je voor een eerlijk speelveld als de huidige leverancier én nieuwe partijen mee doen bij een aanbesteding?

Waar draaide de zaak om?

Afgelopen april heeft de gemeente Amsterdam een Europese aanbesteding uitgeschreven voor de verzorging van uitvaarten. Drie partijen hebben interesse in de opdracht waaronder de zittende leverancier, Uitvaartcentrum Zuid, en twee nieuwe partijen, waaronder Dunweg. Uitvaartcentrum Zuid komt als winnaar uit de bus door de lage inschrijfprijs van € 450,- per uitvaart.

Dunweg heeft argwaan en wil de inschrijving als irreëel laag laten bestempelen, maar voorgaande jaren heeft Uitvaart Centrum Zuid voor een soortgelijk bedrag de dienstverlening verricht: onmogelijk is het dus niet om het voor die prijs te doen.

Dan komt Dunweg met haar belangrijkste bezwaar: inschrijvers hebben geen gelijke kans gehad op de opdracht omdat niet duidelijk uit de aanbestedingsstukken blijkt dat bij de prijs rekening kon en mocht worden gehouden met uitvaarten die door de familie van de nabestaande achteraf toch zelf betaald worden, en dus niet voor rekening van de partij komen. De huidige dienstverlener beschikte wél over deze kennis, en kon daarmee scherper inschrijven.

Een ongerechtvaardigd concurrentievoordeel of simpelweg pech voor Dunweg?

Het oordeel van de rechter

De voorzieningenrechter vindt dat de mogelijkheid tot verdiscontering in de prijzen van achteraf alsnog vergoedde uitvaarten niet duidelijk valt terug te lezen. In de aanbestedingsstukken is alleen gesproken over een gemiddeld jaarlijks aantal uitvaarten die 80% van de overlijdensmeldingen betreft die de gemeente ontvangt. De andere 20%, die door nabestaanden worden betaald, wordt niet concreet benoemd. De huidige leverancier beschikte uiteraard wel over deze kennis en kon hier rekening mee houden.

Van Dunweg wordt niet een dusdanige actieve houding verwacht dat hij op basis van deze informatie zelf uit moest gaan van een verdisconteringskwestie of hier vragen over had moeten stellen. De gemeente had hier simpelweg moeten zorgen voor volledige informatieverstrekking.

Conclusie

Onduidelijk is of uitvaarten die door nabestaanden worden betaald, wel of niet moeten worden meegenomen in de prijsstelling. De aanbesteding is in strijd met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel, omdat niet voor alle inschrijvers een gelijk speelveld is gecreëerd. De Gemeente zal dan ook, als zij de opdracht nog wil gunnen, een nieuwe aanbestedingsprocedure moeten uitschrijven, waarbij deze beginselen alsnog in acht worden genomen.

In de praktijk

Zorg bij aanbestedingen altijd dat er sprake is van een eerlijk speelveld. Het is van groot belang de opdracht zo goed en volledig mogelijk te omschreven. Houd hierbij rekening met het feit dat de zittende leverancier over meer informatie beschikt en daarmee ten opzichte van de andere inschrijvers in een bevoordeelde positie komt. Neem daarom maatregelen om de uitgangspositie van iedereen gelijk te trekken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan transparantie inzake de wijze van dienstverlening in het verleden.

Irene Gijzen, jurist Stichting RIJK

Heb je vragen of wil je meer informatie? Neem dan contact op met Irene!

 

Scroll naar top