Uitspraak van de maand

Elke maand licht onze jurist Irene Gijzen een uitspraak toe van een bijzondere zaak.

Het belang van een goede beoordeling

In deze uitspraak wordt de beoordeling in een aanbesteding tegen het licht gehouden. De beoordeling is het belangrijkste onderdeel van een aanbesteding, en tegelijkertijd ook een van de meest voorkomende onderwerpen in aanbestedingsgeschillen. In deze zaak, die zich afspeelde bij de Rechtbank Limburg (Rb Limburg 22 augustus 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:7719), komen twee belangrijke beginselen uit het aanbestedingsrecht voorbij: objectiviteit en transparantie en daarnaast ook twee bekende mantra’s: het rechtsverwerkingsverweer en de marginale toetsing.

Waar draaide de zaak om?

IGOM is een samenwerkingsverband van een groot aantal gemeenten in Zuid-Limburg ter bevordering van arbeidsmobiliteit. IGOM hield een Europese aanbesteding voor een dienstverlener voor de inhuur van tijdelijk personeel (detacheren, uitzenden en payrolling).

Drie partijen schreven in: Solvus B.V. eindigt als eerste, Driessen als tweede en de inschrijving van de derde partij is terzijde gelegd.

De voorlopige gunningsbeslissing wordt niet voorzien van een motivering. Na herhaald verzoek van Driessen komt er uiteindelijk toch een onderbouwing, waarna Driessen in bezwaar gaat.

IGOM reageert uitgebreid inhoudelijk op de bezwaren, en past bovendien de scores op het gunningscriterium kwaliteit aan. Desondanks stapt Driessen naar de rechter.

Is de wijze waarop het beoordelingsproces is beschreven en uitgevoerd toelaatbaar?

In deze zaak blijkt de door IGOM gehanteerde vermenigvuldigingsfactor van -0.1 bij de scorebepaling niet uit de aanbestedingsstukken. Achteraf een berekeningsfactor introduceren is niet transparant. De berekeningswijze is immers niet vooraf inzichtelijk gemaakt en achteraf controleerbaar. Bij deze aanbesteding had de factor geen effect op de onderlinge verhouding tussen de inschrijvers, en is daarmee voor de rechter geen aanleiding om te oordelen dat de beoordeling opnieuw zou moeten.

Dan is er discussie over de urenaantallen per loonschaal. Driessen zegt hier pas bij de gunningsbeslissing mee geconfronteerd wordt, en dat dit niet transparant is en zij daardoor bovendien een minder goede inschrijving heeft kunnen doen. IGOM haalt hierbij het bekende rechterverwerkingsverweer aan: doordat hier tijdens de aanbesteding geen specifieke vragen over zijn gesteld, is het nu te laat om hier voor Driessen over te klagen. De rechter volgt IGOM hierin. Er is daardoor geen aanleiding om te oordelen dat vanwege het hanteren van urenaantallen die van te voren niet zijn meegedeeld heraanbesteed moet worden.

De rechter benadrukt in deze uitspraak bovendien haar marginale toetsingsrol. Driessen meent dat scores op kwalitatieve onderdelen onjuist zijn toegekend. De rechter benadrukt niet op de stoel van de beoordelingscommissie te gaan zitten, en bemoeit zich dan ook niet met het toekennen van scores als ‘voldoende’ of ‘goed’. Er is alleen plaats voor ingrijpen indien sprake is van procedurele onjuistheden, waardoor de gunningsbeslissing niet deugt. Dat is hier niet het geval.

Het moge duidelijk zijn dat bij de mededeling van de gunningsbeslissing “alle relevante redenen” worden vermeld. Daartoe behoren op grond van artikel 2.130 lid 2 Aanbestedingswet tenminste de “kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving”. Met het ontbreken hiervan raakt de objectiviteit in gevaar; als partij weet je niet op welke feitelijke gronden je minder goed bent beoordeeld dan de winnaar.

IGOM heeft deze motivering in tweede instantie gegeven, waardoor alsnog aan de motiveringsverplichting is voldaan.

Conclusie

In deze zaak wordt het belang van een objectief en transparant beoordelingsproces nog maar eens benadrukt. In dit geval is er volgens de rechter onvoldoende grond om aan te nemen dat de gunningsbeslissing niet deugt: de winnende inschrijver is op voldoende juiste wijze geselecteerd.

De schoonheidsprijs verdient deze wijze van beoordelen uiteraard niet. Als professionele aanbestedende dienst dien je een inzichtelijke procedure te hebben beschreven waarvan alle modaliteiten vooraf bekend zijn en uiteraard moet een gunningsbeslissing altijd voorzien zijn van een onderbouwing. Door de beginselen van het aanbestedingsrecht in acht te nemen heb je de meeste kans op goede inschrijvingen en een succesvol aanbestedingstraject, waarmee je het beoogde resultaat bereikt.

Irene Gijzen, jurist Stichting RIJK

Heb je vragen of wil je meer informatie? Neem dan contact op met Irene!